|
home
nieuw
|
De grensverleggende bibliotheekDe innovatie van de Nederlandse wetenschappelijke informatievoorzieningEen verkenning tot het jaar 2000Mei 1995INHOUDSOPGAVE van dit document |
Deze verkenning werd uitgevoerd in opdracht van de Stuurgroep IWI, onder verantwoordelijkheid van de werkgroep UKB/CVDUR.
IWI (Innovatie Wetenschappelijke Informatievoorziening) is een bestuurlijk platform waaraan deelnemen de Nederlandse universiteiten, de Koninklijke Bibliotheek, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.
UKB is het Samenwerkingsverband van de Universiteitsbibliotheken, de Koninklijke Bibliotheek en de Bibliotheek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
De grensverleggende bibliotheek
Voorwoord
Een van de gevolgen van de informatietechnologie is het wegvallen
van grenzen. Het is heel normaal om binnen een uur antwoord te
krijgen op een elektronische brief naar Amerika. Mensen gebruiken
informatiediensten op andere continenten met hetzelfde gemak als
waarmee ze de catalogus van hun eigen bibliotheek raadplegen.
Kortom, de wereld is kleiner geworden.
Maar niet alleen geografische grenzen zijn geslecht door de stormloop
van de informatietechnologie. De Nederlandse universiteiten bundelden
hun krachten om het nationale onderzoeksnetwerk SURFnet mogelijk
te maken. Evenzo realiseerde de bibliotheekwereld een geautomatiseerde
infrastructuur die haar in moeilijke tijden grote voordelen heeft
gebracht.
Deze middellange-termijnverkenning is een nieuw voorbeeld van samenwerking door informatietechnologie. Nog niet zo lang geleden hadden de dienstverlening van Bibliotheek en Rekencentrum in de beleving van de student, docent en onderzoeker weinig met elkaar te maken.In sommige opzichten waren ook de organisaties elkaar wezensvreemd. In deze verkenning echter hebben zij gezamenlijk lijnen uitgezet naar een toekomst van nauwe samenwerking. Het doel daarvan is het veiligstellen van een voor de academische gemeenschap vitale functie: de toegang tot wetenschappelijke informatie. De consensus die bij deze verkenning is bereikt, geeft ons reden om het jaar 2000 vol vertrouwen tegemoet te treden.
Namens de werkgroep UKB/CvDUR,
de voorzitter,
ir. E.R.Kooi.
SamenvattingInformatietechnologie heeft in de komende vijf jaar, de periode waarover deze middellange-termijnverkenning gaat, ingrijpende gevolgen voor de wetenschappelijke informatievoorziening in Nederland. De innovatie in de wetenschappelijke informatievoorziening wordt bepaald door drie dominante trends:
Universiteiten, in het bijzonder de wetenschappelijke bibliotheken en rekencentra, trachten momenteel in te spelen op deze trends en op de groeiende vraag om maatwerk. Drie ontwikkelingen vallen daarbij op:
Voor de bibliotheken en rekencentra zullen de komende vijf jaar het begin zijn van een overgangsperiode, waarbij men naast nieuwe (elektronische) dienstverlening genoodzaakt blijft de bestaande klassieke bibliotheektaken te handhaven. Deze overgangsperiode wordt extra bemoeilijkt doordat de veranderingen moeten worden gerealiseerd in een tijd dat de universiteiten financieel onder druk staan.
Vertalen we de uitdagingen die deze ontwikkelingen voor de universiteiten met zich meebrengen naar bestuurlijke keuzes op landelijk niveau, dan is met name van belang dat universiteiten hun strategische posities in de zogeheten informatieketen kunnen behouden en waar mogelijk versterken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een zestal functies:
De functies produktie en consumptie zijn belangrijke onderdelen van de universitaire primaire processen. Hieronder wordt voor elk van de vier overige functies aangegeven op welke wijze de bibliotheken en rekencentra hun strategische positie kunnen versterken.
Uitgeven (kwaliteitsfiltering)
Uitgeverijen vervullen bij de distributie en kwaliteitsfiltering
nog altijd een spilfunctie. Hoewel deze rol zeker op middellange
termijn niet snel zal verminderen, kunnen de universiteiten in
de komende periode op dit terrein hun positie versterken. Dat
kan in het bijzonder als zij zorg gaan dragen voor de ontsluiting
en beschikbaarstelling van de elektronische wetenschappelijke
publikaties uit de eigen instelling. De monopoliepositie van de
uitgeverijen wordt daarmee enigszins verminderd. In ieder geval
ontstaat er een interessante aanvullende optie ten opzichte
van de bestaande informatieketen.
Ontsluiting
Bibliotheken en bibliografische diensten hebben altijd veel
tijd gestoken in de ontsluiting van informatie, dat wil zeggen
toevoeging van secundaire informatie, waardoor de primaire informatie
efficiënt en effectief door de gebruiker kan worden opgespoord.
Voor de komende periode zal de uitdaging vooral bestaan uit de
ontsluiting van de tot nu toe ongeklassificeerde Internet-informatie.
Dit kan tot stand worden gebracht door de opbouw van een Nederlandse
virtuele wetenschappelijke bibliotheek (VWB), een nationale
meta-catalogus voor klassiek èn elektronisch materiaal.
Zij zal alleen in landelijke samenwerking gerealiseerd kunnen
worden, waarbij kan worden voortgebouwd op bestaande voorzieningen,
met name de NCC.
Beschikbaarstelling en dienstverlening
Beschikbaarstelling heeft in de klassieke bibliotheekfunctie
betrekking op de eigen collectie boeken en tijdschriften. In de
komende periode zullen lokale digitale bibliotheken een voorname
functie vervullen in de wetenschappelijke informatievoorziening
binnen de eigen universiteit. Uitdaging voor de komende vijf jaar
voor de instellingen is om naast het reeds bestaande aanbod aan
secundaire elektronische informatie juist ook primaire elektronische
informatie aan te bieden en dit aanbod te integreren met de klassieke
informatievoorziening.
Uitwerking van de digitale bibliotheken en integratie met reeds
bestaande voorzieningen bij de instelling is een eerste vereiste
bij de vormgeving van een nieuw stelsel van informatievoorziening.
Tezamen met de additionele voorzieningen van de VWB zullen de
lokale digitale bibliotheken voorzien in een grote behoefte bij
de gebruikers uit onderwijs en onderzoek.
Bewaring
In de komende jaren zal de behoefte aan voorzieningen en
dienstverlening op het gebied van (langdurige) archivering van
elektronisch materiaal sterk groeien. Op dit punt dienen de universiteiten
hun bestaande verantwoordelijkheid te behouden en zijn zij genoodzaakt
te zoeken naar oplossingen voor een transparante en financieel
haalbare infrastructuur voor gegevensopslag. Daarbij moet een
onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds een landelijk depot
voor in Nederland geproduceerde digitale informatie, analoog aan
het klassieke depot van de KB, en anderzijds instellingsoverschrijdende
depots voor minder frequent gebruikte digitale wetenschappelijke
informatie, ongeacht het land van herkomst.
Innovatie en coördinatie van de collectievorming
De ontwikkeling van een samenhangend stelsel van lokale digitale
bibliotheken en de nationale Virtuele Wetenschappelijke Bibliotheek
kan worden benut als uitgangspunt voor het vergroten van de coördinatie
van de collectievorming tussen de instellingen van WO op zowel
het terrein van de digitale als de gedrukte informatie. Voorgesteld
wordt voor het WO te streven naar een landelijk net van voorzieningen
waarmee 90% van de informatiebehoefte kan worden afgedekt.
De beantwoording van de bovengenoemde uitdagingen vergt een meersporenaanpak, gericht op een evenwichtige, gefaseerde ontwikkeling van instellings- en landelijke voorzieningen.
Middellange-termijnstrategie: landelijk
Op landelijk niveau bestaat de strategie vooral uit het ontplooien
van initiatieven om de wetenschappelijke bibliotheken te ondersteunen
bij de opzet van hun digitale bibliotheken en de coördinatie
en facilitering van de vormgeving van de virtuele wetenschappelijke
bibliotheek. In concreto zijn daartoe de volgende acties noodzakelijk.
Middellange-termijnstrategie: instellingen
Op instellingsniveau kan met de volgende acties worden ingespeeld
op de bovengenoemde uitdagingen:
De innovatie van de Nederlandse wetenschappelijke informatievoorziening vergt van de universiteiten in de komende jaren een belangrijke inspanning. Op lokaal niveau geven zij vorm aan de digitale bibliotheek en ontwikkelen de daarvoor noodzakelijke infrastructuur. Op landelijk niveau brengen de universiteiten gezamenlijk de landelijke virtuele bibliotheek tot stand.
Dit doen zij vanuit het besef dat de universiteiten gezamenlijk hun strategische positie in de informatieketen kunnen versterken. Het nieuwe stelsel van bibliotheekvoorzieningen biedt de gebruiker een geïntegreerd aanbod van traditionele en digitale vormen van wetenschappelijke informatie.
Het realiseren van deze uitdagingen is noodzakelijk, maar moet
gezien de resultaten van de afgelopen 25 jaar ook mogelijk worden
geacht. De stappen naar een op het onderwijs en onderzoek toegesneden
informatievoorziening vergen niet alleen een commitment binnen
en tussen de universiteiten, maar ook extra financiële injecties.